Bedrijfsprofiel

Henk Grüntjes nam twintig jaar geleden een vakantiebaantje op een boomkwekerij. Hij had toen nog geen idee dat hier zijn toekomst zou liggen. Hij leerde namelijk voor elektricien. Het werk beviel hem echter goed. Er sloeg een vonk over. Normaal gesproken legt dit vakgebied het vaak af tegen andere beroepsgroepen. Hier won de boomkwekerij echter een enthousiaste laanboomkweker.

Profiel

Het werken op een boomkwekerij had Henk Grüntjes zo te pakken, dat hij op z’n twintigste zelf een halve hectare eiken plantte. Dat deed hij op contractbasis. Daarmee was de kiem voor een nieuw bedrijf gelegd. Zijn ouders hadden een melkveehouderij. Grüntjes kon daardoor probleemloos over land beschikken. De kwekerij beslaat inmiddels een oppervlakte van 7,5 ha. Daarvan is 6 ha continu in gebruik voor de laanboomteelt. De overige 1,5 ha zaait hij in met groenbemesters.
Grüntjes runt de kwekerij samen met één personeelslid, met in het seizoen een vakantiekracht erbij. De hele opzet van het bedrijf is echter gebaseerd op twee man. „Voor een laanboomkwekerij heb je die minimaal nodig. Denk alleen al aan het tillen van de bomen. Bovendien is het met z’n tweeën nog gezelliger ook’’, legt Grüntjes uit.
Overigens is op de kwekerij alles gemechaniseerd wat er te mechaniseren valt. Zo beschikt het bedrijf niet alleen over een plant-, rooi- en kluitmachine, maar ook over bijvoorbeeld een machine om de stokken bij de bomen te plaatsen en een hoogwerker.

Richten op kwaliteit
Een zo sterk gemechaniseerde laanboomkwekerij zou groter kunnen zijn dan de genoemde 7,5 ha. Die grotere kwekerij zou dan nog steeds door twee man kunnen worden gerund. Toch kiest Grüntjes er bewust voor niet meer hectares vol te planten. Die keuze heeft alles te maken met de kwaliteit. Twee man kunnen bij de huidige oppervlakte het kwaliteitsproduct maken dat hem voor ogen staat. Bij meer hectares komt die kwaliteit in het gedrang, vindt hij.
Met de eiken waarmee Grüntjes ooit begon, is hij doorgegaan. Nog steeds kweekt hij Quercus robur en in mindere mate Q. palustris. Na de eiken kwamen destijds de haagbeuken. Vervolgens vulde hij het sortiment aan met lindes en diverse Prunus-soorten. Zijn huidige voorraadlijst omvat behalve de genoemde bomen ook Acer, Aesculus, Betula, Castenea, Corylus, Crataegus, Fraxinus, Ginkgo, Gleditsia, Juglans, Laburnum, Malus, Metasequoia, Platanus en Robinia.
Grüntjes kweekt de bomen op tot een maat van 10/12 tot hooguit 12/14. Hij begint ze echter al te verkopen vanaf 6/8. Door de bank genomen staan de bomen twee tot maximaal vier jaar op de kwekerij, uitzonderingen zoals de langzaamgroeiende Gleditsia daargelaten. Het langer op de kwekerij houden om bomen tot zwaardere maten door te kweken, heeft volgens Grüntjes geen zin. Daarop is zijn bedrijfsvoering niet afgestemd; noch qua mechanisatie, noch qua afzet.

Continu sortiment aanpassen
Kijkend naar de toekomst wil Grüntjes zijn kwekerij niet verder laten groeien. Daarmee is niet gezegd dat het bedrijf geen uitdagingen meer biedt aan de 36-jarige ondernemer. Zo kijkt hij voortdurend met welke soorten hij het sortiment zou kunnen uitbreiden. De uitdaging gaat echter verder dan alleen het in huis halen van een nieuwe soort. Nog belangrijker vindt Grüntjes het om de teelt zodanig onder de knie te krijgen dat de nieuwe boom zich kwalitatief kan meten met de rest van het aanbod.
Omdat hij niet te veel wil sleutelen aan de bedrijfsoppervlakte, moeten oude soorten plaatsmaken voor de nieuwelingen. Zo overweegt Grüntjes Aesculus van de lijst te schrappen. „Het is moeilijk om daar een mooie boom van te kweken. Lukt het je toch, dan krijg je er niet voor betaald’’, zegt hij met verwijzing naar de stroeve afzet waarmee kastanjes al lange tijd te maken hebben.
In hetzelfde licht kunnen zijn opmerkingen over Tilia cordata worden gezien. Die boom vergt volgens hem eveneens veel werk, zonder dat de markt die extra inspanningen honoreert. Grüntjes heeft sowieso het Tilia-aanbod de laatste jaren al versmald. De niet-lopende soorten zijn er grotendeels uit.
Bomen die Grüntjes vrijwel zeker in het sortiment opneemt, zijn Liquidambar en Amelanchier. Daarmee heeft hij op zijn kwekerij inmiddels goede resultaten geboekt. En bij die twee zal het zeker niet blijven.

Sint Anthonis voorloper
Een uitdaging op een geheel ander vlak vormt het keurmerk Milieukeur. Grüntjes is er nog niet uit wat hij wil. QualiTree vindt hij duur. „Je verkoopt er bovendien geen boom extra door’’, weet hij uit gesprekken met collega’s die wel QualiTree hebben. Toch beseft hij terdege dat hij moet inspelen op de markt. Hij noemt het voorbeeld van Sint Anthonis. Zijn boomkwekerij ligt binnen de grenzen van deze gemeente. Sint Anthonis wil alleen nog maar biologisch geteelde bomen. „Je zou dat niet verwachten van een agrarische gemeente zoals deze. Toch is het zo’’, aldus Grüntjes.
Sint Anthonis is geen afnemer van zijn bomen. Dat zijn vooral boomkwekers die zijn bomen doorkweken, handelaren en hoveniers. Grüntjes weet dat z’n eigen gemeente niet alleen staat. Een groeiend aantal afnemers wil de garantie dat de producten die ze kopen, schoon zijn geproduceerd.
Met het schoon produceren is hij al geruime tijd bezig. Hij gebruikt een minimum aan gewasbeschermingsmiddelen. „Al was het alleen al vanwege het feit dat die middelen duur zijn’’, zegt hij lachend. Tussen de rijen verwijdert hij het onkruid uitsluitend met een cultivator. Voor het onkruid in de rij past hij wel herbiciden toe, maar dan wel zo min mogelijk.
Om ook minder tegen schadelijke organismen te hoeven spuiten, heeft Grüntjes banen met bloeiende kruiden tussen zijn percelen gezaaid. In die vegetatiestroken moeten natuurlijke vijanden van luizen, spint en dergelijke zich kunnen ontwikkelen. De stroken zijn dit seizoen voor het eerst aangebracht. Het is te vroeg om over concrete resultaten te spreken.

Koppen bij elkaar
Samen met een groep van vijf collega’s registreert Grüntjes sinds enige tijd zijn eigen middelengebruik nauwkeurig. De zes die vrijwel allemaal in een straal van 15 km te vinden zijn, leggen regelmatig hun registratiegegevens naast elkaar om zo van elkaar te leren.
Gangmaker achter de groep is DLV’er Hans Smeets. Grüntjes is positief over dit initiatief, vooral wanneer hij de mogelijkheden opsomt die de zes kwekers verder samen zouden kunnen doen. Hij heeft het dan over het gezamenlijk inkopen, het samen regelen van een stuk afzet of het met z’n allen volgen van een marketingcursus. Dit alles onder de noemer van het project ‘Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen’.

Handel eigen maken
Het zich bekwamen op het gebied van de marketing ziet de laanboomkweker wel zitten. Toen hij zijn eerste bomen kweekte, waren dat gouden tijden voor de boomkwekerij. In feite heeft hij in al die jaren niet echt z’n best hoeven doen om van zijn bomen af te komen. De omvang van zijn klantenkring ging min of meer gelijk op met de groei van het bedrijf. De laatste tijd constateert Grüntjes dat dit automatisme weg is. Hij is daarom vorig jaar voor het eerst ‘de boer opgegaan’ om nieuwe afnemers te vinden. Dat was voor hem een geheel nieuwe ervaring. Het is hem gelukt nieuwe afzetmogelijkheden voor zijn bomen te creëren. „Als ik echter eerlijk ben, dan had ik van mijn inspanningen absoluut meer verwacht’’, geeft hij ruiterlijk toe.
Het probleem waarmee hij kampt, is dat hij de kwaliteit van zijn product moeilijk hard kan maken. Die wordt eigenlijk alleen duidelijk op de kwekerij zelf. Grüntjes nodigt daarom alle potentiële afnemers waarmee hij in gesprek komt, consequent uit voor een bezoek aan zijn bedrijf. Die nemen de uitnodiging meestal welwillend aan. „Dat wil echter nog niet zeggen dat je ze ook inderdaad op je kwekerij ziet’’, zegt hij, inmiddels een ervaring rijker. Hij wil een inhaalslag maken waar het gaat om het aan de man brengen van zijn bomen. Het is een zoveelste uitdaging voor de ondernemer, die zijn energie niet meer hoeft te steken in de opbouw van een bedrijf. Dat staat er namelijk al.

Guus Wijchman, De Boomkwekerij 35 (29 augustus 2003) Link naar het artikel

© Henk Grüntjes, Made by Raffeltje